Paul van Ostaijen

Over Rik Wouters (2017)

Paul van Ostaijen had een grote bewondering voor Rik Wouters, de voorloper van de Vlaamse expressionisten. In 1914 schreef hij in zijn allereerste kunstrecensie al bijzonder lovend over de Brabantse schilder. In 1918 wijdde hij een uitgebreide passage aan Wouters. Dat Van Ostaijen in 1916 ook een in memoriam aan Wouters wijdde was tot op heden echter nog niet bekend. Het stuk verscheen twee keer. Een eerste keer in juli 1919 in Het Vlaamsche Nieuws en een maand later drukte Gazette van Kortrijk de tekst nog eens af en wel op haar voorpagina. Die laatste versie is in deze publicatie nagemaakt. Dit is echter niet zomaar een facsimile-uitgave. Deze editie bevat extra fake news! Iets meer dan een eeuw na dato doet Gazette van Kortrijk verslag van de herontdekking van Van Ostaijens tekst door Matthijs de Ridder. Een must voor iedereen die zijn Paul van Ostaijen-collectie compleet wil maken!

Bestel Over Rik Wouters hier.

Music-Hall (2016)

In april 1916 debuteerde de twintigjarige dichter Paul van Ostaijen met Music-Hall. De bundel kwam totaal onverwacht. Niet eerder had een dichter met zoveel overgave het moderne leven omarmd. In swingende verzen beschreef Van Ostaijen het leven in een moderne stad, vol elektrische trams, cinema’s en variététheaters. En daar waar hij zich aan de gebruikelijke onderwerpen van de Vlaamse poëzie waagde – de jubelende natuur, het glorierijke middeleeuwse verleden, de herfst, de liefde – deed hij dat met groot misprijzen voor de traditie. ‘Zij die voor mij kwamen en dichters waren,’ schreef hij in ‘Herfst’, ‘hebben gezegd: de Herfst was ’t schoonste getij’. Maar, riposteerde Van Ostaijen: ‘zó kan ik de herfst niet voelen, zó is hij niet in mij’. Hier was een jonge dichter opgestaan die zijn eigen weg baande en die zich weigerde te voegen naar om het even welke poëticale of politieke norm.

Bestel Music-Hall hier.

gebruiksaanwijzing

Gebruiksaanwijzing der lyriek (2012)

Uit de flaptekst:

Er zijn weinig poëticale teksten die bijna een eeuw na hun eerste verschijnen nog zoveel waarde blijken te hebben als Paul van Ostaijens Gebruiksaanwijzing der lyriek. Vraag een dichter vandaag de dag naar zijn opvattingen over poëzie en je zult er veel elementen in aantreffen die ook al voorkomen in de lezing die Van Ostaijen eind 1925 en begin 1926 in Brussel en Antwerpen hield en die hij in april 1927 publiceerde in Vlaamse Arbeid: “Het onderwerp van het gedicht is het gedicht zelve” (…).’

Met deze woorden begint Matthijs de Ridder zijn adequate en toegankelijke analyse van een van de belangrijkste teksten van de grote Antwerpse dichter.

Tekstbezorger Matthijs de Ridder situeert de poëticale tekst in Van Ostaijens ontwikkeling als dichter, wijst op de filosofische invloeden (Kant, Hegel, Stirner) en karakteriseert bondig de ‘reinthematiese dichtkunst’. […] Met de talrijke verklarende noten die de bezorger bij de tekst heeft gevoegd, wordt deze gelukkig veeI begrijpelijker. — Erik De Smedt in De Leeswolf

Zie hier.

bankroetjazz

De bankroet jazz (2009)

Het swingende, door de Vlaamse dichter Paul van Ostaijen op de puinhopen van Europa in 1920 geschreven filmscenario van De bankroet jazz mag nu dan, een kleine eeuw later, zijn première beleven. Precies 86 jaar na dato heeft Roxy Movies (Frank Herrebout en Leo van Maaren) het dadaïstische scenario verfilmd in een coproductie met het Filmmuseum. Van Ostaijen moest na de Eerste Wereldoorlog op 22-jarige leeftijd zijn land ontvluchten en kwam in het Berlijn van de jaren 1918-1920 terecht. Een tijd van maatschappelijke en culturele revoluties waarvan het dadaïstische werk De bankroet jazz de weerspiegeling is.

In het door de Eerste Wereldoorlog verwoeste Europa ontstaat in een sloppenwijk van Berlijn een dadaïstische revolutie door middel van jazzmuziek. De jazzrevolutie verspreidt zich over alle landen van Europa en stort met een waanzinnig financieel plan geheel Europa in een feestelijk bankroet. Na de Grote Oorlog verkeert het Europa van de jaren ’20 in een diep treurige sfeer van malaise. Armoede en ellende zijn troef en in Duitsland neemt de devaluatie hilarische vormen aan. Temidden van deze neerslachtigheid klinkt een nog zwak, maar opgewonden geluid: jazz!

Zie hier.

pvotrio

Paul van Ostaijengenootschap – Nieuwe Reeks 2, 3 en 4 (najaar 2015)

In de nieuwe serie uitgaven van het Paul van Ostaijengenootschap worden facsimile’s gebracht van bekende en minder bekende teksten in hun originele omgeving. Niet alle gedichten en grotesken verschenen immers in netjes gecomponeerde bundels. Vaak kenden Van Ostaijens teksten een eerste leven in allerhande kranten en tijdschriften, waar ze veelal het oogmerk hadden om via die periodieken directe invloed uit te oefenen op het leespubliek. De uitgaven worden vormgegeven en uitgeleid door Matthijs de Ridder.

‘Het gevang in de hemel’, Nieuwe Reeks, nr. 2

‘Het gevang in de hemel’, verscheen in januari en februari 1921 in twee afleveringen in het tijdschrift Opstanding. In dit tegelijkertijd hilarische en aangrijpende verhaal onderzoekt Van Ostaijen de keerzijde van zijn eigen vooruitstrevendheid. In plaats van grote individuele vrijheid na te streven, is zijn held, gevangene nr. 200, tevreden met de orde die hij in de gevangenis ervaart. Eenmaal vrijgekomen, doet hij er dan ook alles aan om weer achter de tralies te worden gezet. Langzamerhand groeit het verhaal uit tot een metafoor voor de moeilijke omgang van de brave burger met de persoonlijke en politieke vrijheid. Zie hier voor een recensie.

Bestel ‘Het gevang in de hemel’ hier.

‘(zelf)portret’, Nieuwe Reeks, nr. 3

In ‘(zelf)portret’ presenteert het Paul van Ostaijengenootschap de facsimile-uitgave van een tot nu toe onbekend gebleven zelfportret van Paul van Ostaijen. De tekening kwam vermoedelijk tot stand in de periode 1919-1925 en vertoont opmerkelijke gelijkenissen met een kubistisch portret dat de Duitse schilder Arnold Topp in 1920 van Van Ostaijen maakte. Het samenspel van de trefzekere halen en twijfelende lijnen geven een openhartig inkijkje in de voortdurend zoekende geest van Paul van Ostaijen.

Bestel ‘(zelf)portret’ hier.

‘De marsj van de hete zomer’, Nieuwe Reeks, nr. 4

Paul van Ostaijen schreef ‘De marsj van de hete zomer’ in 1919 tijdens zijn verblijf in Berlijn als onderdeel van De feesten van angst en pijn. Die bundel bleef bij leven ongepubliceerd, maar een select aantal gedichten verscheen wel in tijdschriften. Zo ook ‘De marsj van de hete zomer’ die in 1924 in het Brusselse tijdschrift 7 Arts verscheen. In feite gaat het hier om een fragment van het gedicht dat in het handschrift van De feesten 23 pagina’s beslaat. Maar Van Ostaijen selecteerde voor deze publicatie niet alleen de meest ijselijke pagina’s van het gedicht, hij liet ook zien dat hij nog niet klaar was met zijn tekst. De versie in 7 Arts is nog krachtiger dan in De feesten van angst en pijn. 

Bestel ‘De marsj van de hete zomer’ hier.

 

zaaitijdPaul van Ostaijengenootschap – Nieuwe Reeks 1 – Zaaitijd (2013)

Op 22 september 1917 verscheen Paul van Ostaijens gedicht ‘Zaaitijd’ op de voorpagina van het weekblad Ons Land. Pikant detail is dat op diezelfde voorpagina een stuk staat over ‘Het incident Mercier’, dat Van Ostaijen op een veroordeling kwam te staan, wegens het beledigen van de prelaat van België.

Deze uitgave laat zien dat Paul van Ostaijen zich in zijn gedichten voor Ons Land — en zeker in ‘Zaaitijd’ — nadrukkelijk op de grens van het humanitair-expressionisme en een voor zijn eigen

achterban begrijpelijk flamingantisme plaatste. De lezer die het gedicht in 1918 aantrof in Het sienjaal werd door de opzet van de bundel uitgenodigd om het in internationalistisch perspectief te lezen. De lezer van Ons Land werd echter aangesproken op zijn plicht om tot ‘Opstanding! Opstand!’ over te gaan, zoals het in het hoofdartikel van deze editie van het weekblad klonk.

pvo1_2pvo2pvo4_2 pvo3   Ostaijen cover 5mdr2

Deelcorrespondenties (2010-2013)

Dat Paul van Ostaijen brieven schreef, wisten we natuurlijk al. Er zijn zeer beroemde brieven die menig literatuurliefhebber kan citeren, zelfs al heeft hij ze nooit gelezen. Wat te denken van de ontboezeming dat hij ‘tans’ veel voor ‘novellen’ voelde ‘waar je zo heerlik in kunt zwansen’, die Van Ostaijen deed in 1919 in een brief aan zijn vriend Geo van Tichelen? Of van de formule ‘poëzie is woordkunst’, die hij naar verluidt in 1925 in een brief aan Eddy du Perron zou hebben opgetekend? Bekend of onbekend, de brieven van Paul van Ostaijen hebben hun bestemming bereikt.

Behalve de ons inmiddels bekende brieven schreef Van Ostaijen er nog veel meer. Niet alles is helemaal onbekend. De echte fanaat kan al sprokkelend in tijdschriften en archieven een redelijk beeld krijgen van Van Ostaijens epistolaire oeuvre, maar alleen de specialist die alle archieven en collecties heeft bezocht, kan het hele corpus overzien. Het onderzoek naar de brieven van Van Ostaijen is nog in volle gang. Maar regelmatig publiceert het Paul van Ostaijengenootschap al kleine voorpublicaties in boekvorm; kleine deelcorrespondenties, betekenisvolle episodes uit deelcorrespondenties of zelfs eenzame brieven met een bijzonder poëtische of anderszins boeiende inhoud. De reeks fraai vormgegeven boekjes is een uitgave van het Paul van Ostaijengenootschap. De edities werden verzorgd door Matthijs de Ridder en An Blommaert.

Bestellen kan hier.