Over mij

Het beroep van schrijver

Ik zie mij verplicht naar het voorbeeld van mijn grote voorganger Paul van Ostaijen er nadruk op te leggen, dat hetgene ik in deze en andere grotesken vertel, slechts de getrouwste weergave van reële gebeurtenissen is. Maar ook de realiteit is relatief en zo is het mij ook duidelik dat mijn herhaalde bevestiging dat ik slechts de realiteit kopiëren wil niets zal helpen en mij het verwijt een fantast te zijn door alle gezond-denkende mensen niet zal worden gespaard. Zij zullen zich dan wel voor éenmaal met de hemelse Immanuel solidair verklaren. Het fatale daarbij is dat je fantast wordt spijts je beste intenties.

vrij naar Paul van Ostaijen

Schrijver Matthijs de Ridder voor De Bezige Bij - AmsterdamGeboren in Apeldoorn, in 1979. Flink pak sneeuw. Dankzij centrale verwarming geen blijvende herinneringen aan overgehouden. Leerde vervolgens praten en lezen en studeerde enkele jaren later Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Antwerpen. Op die laatste universiteit in 2009 mijn proefschrift Staatsgevaarlik! De activistische tegentraditie in de Vlaamse letteren 1912-1933 verdedigd. Ondertussen waren er al een paar boeken verschenen. In 2007 debuteerde ik met Aan Borms. Willem Elsschot een politiek schrijver, waarin ik een zoektocht ondernam naar de maatschappelijke ondertoon in het werk van mijn illustere naamgenoot. In 2008 publiceerde ik Ouverture 1912. Literatuur en Vlaamse Beweging aan de vooravond van de Grote Oorlog, een preambule op mijn proefschrift. Overtuigd van het feit dat een universiteit een geweldig instituut kan zijn, maar dat in het huidige tijdsgewricht niet is, heb ik Academia in 2010 met pijn in het hart verlaten. Ik werd handelaar in teksten en ben dat nog steeds. In 2012 verscheen Rebelse ritmes, een alternatieve cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw op het ritme van de jazz. Na in 2014 de literatuurgeschiedenis Behoud de Begeerte te hebben geschreven, heb ik me op het vervolg van Rebelse ritmes gestort: De eeuw van Charlie Chaplin. Ook dat is een geschiedenis van de twintigste eeuw, ditmaal gezien door de lens van Charlie Chaplin.

Tussendoor heb ik het genoegen gehad om heel wat mooie en belangwekkende teksten te mogen bezorgen. In 2005 verscheen Alles is mogelijk in een gedicht, de verzamelde verzen van Gaston Burssens. In datzelfde jaar ging ook de publicatie van het Verzameld werk van Louis Paul Boon van start, waarvan ik nog steeds een van de enthousiaste editeurs ben. In 2011 tekende ik samen met Liesbeth Vantorre voor de editie van het Verzameld proza van de haast vergeten maar o zo spannende Antwerpse expressionist Kurt Köhler. Sinds 2009 zet ik me bovendien samen met het Paul van Ostaijengenootschap in voor de studie en de promotie van het werk van Paul van Ostaijen. Samen met An Blommaert bezorgde ik menig bekende en veel minder bekende tekst van zot polleken. En we zijn nog lang niet klaar. Inmiddels is dit project uitgegroeid tot een onderzoek dat over een paar jaar tot een heuse biografie moet leiden.

Voegen wij er – volledigheidshalve – aan toe dat ik er ’n kinematografies-moje verloofde op nahoud met wie ik voortdurend pendel tussen Antwerpen, Amsterdam en een hutje in het bos, alwaar voortdurend de lokale handelaars worden afgeschuimd op zoek naar in- en uitheemse lekkernijen.