Charlie Chaplin

De eeuw van Charlie Chaplin
Het verhaal van een wervelend tijdperk, gezien door de lens van een filmicoon

‘Matthijs de Ridder neemt de plaats in van Chaplins camera en maakt zo de verbinding tussen het persoonlijke verhaal en de grote, collectieve geschiedenis. Meesterlijk geschreven en gedocumenteerd. Een immens leesplezier.’ – Philipp Blom


Vanaf het moment dat Charlie Chaplin in 1914 op het witte doek verscheen, ging alles razendsnel. Binnen een jaar werd hij de beroemdste man ter wereld en was zijn tramp het icoon geworden van dé kunstvorm van de twintigste eeuw: de cinema.

De populariteit van Chaplins kleine zwerver was zo overweldigend dat hij ook buiten de filmzalen een enorme invloed had. Geallieerde soldaten uit beide wereldoorlogen beschouwden hem als wapenbroeder, avant-gardekunstenaars erkenden hem als muze, in de ogen van Russische revolutionairen leidde hij het verzet tegen het grootkapitaal en voor veel Amerikanen was hij het symbool bij uitstek van de Amerikaanse droom. Chaplin werd, soms tegen wil en dank, meegesleurd in de verhitte maatschappelijke debatten van zijn tijd en liet zich ook zelf nooit onbetuigd.

Matthijs de Ridder vertelt in De eeuw van Charlie Chaplin op sprankelende wijze over een kunstenaar die alle belangrijke thema’s van de twintigste eeuw wist te belichamen. Dit boek is een fenomenale cultuurgeschiedenis van een woelig tijdperk dat tot de dag van vandaag onze kijk op de wereld bepaalt.

Deze politieke lezing van Chaplin en zijn tijd is revelerend.

**** De Standaard

Dit boek wil geen biografie zijn, zoals het evenmin een alomvattende geschiedenis van de twintigste eeuw is, maar qua reikwijdte en ambitie kan het zich bijna meten met pakweg Peter Conrads Metamorfose van de wereld of Alleen de wolken van Philipp Blom. […]

De eeuw van Charlie Chaplin steekt vol boeiende passages hoe de politieke en culturele wereld op Chaplin reageerde: bij allerlei rechtse strekkingen gebeten als door een wesp, door allerlei strekkingen ter linkerzijde op het schild gehesen. Een ‘gevoelssocialist’ noemt De Ridder hem, maar hoe langer hoe meer joeg hij met zijn gevoelssocialisme mensen tegen zich in het harnas. […]

De eeuw van Charlie Chaplin is een consequent bouwwerk en, zeker over het interbellum, een doordachte mentaliteitsgeschiedenis. Het tempo is misschien niet altijd even hoog, maar doorgaans werkt de afwisseling van inzoomen op de films en uitzoomen op het wereldtoneel wel goed.

Acteurs en filmmakers staan nooit meters vóór het scherm waarop ze geprojecteerd worden, kunstenaars staan niet los van de tijd waarin ze leven. De razende eeuw had een buigzaam mannetje voortgebracht, en dat mannetje gaf zijn tijdgenoten stof om met de razende tijden te lachen. Deze politieke lezing van Chaplin en zijn tijd is revelerend. Door de min of meer bekende gebeurtenissen met de ogen van Chaplin te herbekijken, begrijp je weer beter waar de grote schisma’s van de moderniteit over gaan en waarom ze nog zo actueel zijn. En je weet helemaal waarom niemand anders dan Chaplin een boek over ‘de eeuw van uitersten’ kon opluisteren.

Hans Cottyn

Een fascinerend relaas. Een openbaring ook.

**** De Morgen

Over het leven en werk van Charlie Chaplin zijn hele bibliotheken volgeschreven’, aldus Matthijs de Ridder (1979) aan het eind van zijn boek over de zwerver met zijn bolhoed, platvoeten en tandenborstelsnorretje. Niemand die aan zijn woorden zal twijfelen. Charlie Chaplin (1889-1977) was nu eenmaal een van de grootste filmiconen van de 20ste eeuw, en hoewel zijn ster in de jaren 60 even verbleekte, neemt vandaag iedereen vol bewondering zijn hoed af voor de carrière van ‘The Tramp’. Meesterwerken zoals The Gold Rush (1925), City Lights (’31), Modern Times (’36) en The Great Dictator (’40) behoren zelfs tot de allerbeste uit de filmgeschiedenis. Waar komt die waardering vandaan? Waarom liep het gild van avant-gardekunstenaars storm voor de films van de naar Amerika uitgeweken Engelsman? En hoe komt het dat Charlot, zoals de Fransen (en veel Belgen) hem liefkozend noemden, in zichzelf veel meer dan een lachkanon zag? De Ridder antwoordt in De eeuw van Charlie Chaplin met een indrukwekkende kennis van zaken op die vragen. Maar precies omdat de boekenplanken van studies, biografieën, monografieën en verhandelingen over Chaplin doorbuigen, heeft De Ridder het wijze besluit genomen om uit de overdaad aan bronnenmateriaal enkel op zoek te gaan naar de wisselwerking tussen Chaplin enerzijds en de sociale, politieke en culturele geschiedenis van de 20ste eeuw anderzijds. Een kolfje naar de hand van een auteur en criticus die met Aan Borms. Willem Elsschot, een politiek schrijver (2007) en Rebelse ritmes. Hoe jazz & literatuur elkaar vonden (2012) al meermaals de nauwe interactie tussen kunst en samenleving op meeslepende manier heeft beschreven. […]

De Ridder duwt de lezer vastberaden de bioscoopzaal binnen en legt hem beeld voor beeld uit hoe de films de ideeën en voornemens van hun maker uiterst nauwkeurig tot uitdrukking brachten. Een fascinerend relaas. Een openbaring ook. In nauwelijks een handvol jaren groeide Chaplin immers uit van een platvloerse komiek met een voorspelbare mimiek tot een geraffineerd, vernieuwend, maar nog altijd onbetaalbaar geestige commentator op zowel de feilen van de ‘zo bejubelde Amerikaanse democratie’ als de oorlogshysterie van de Europese monarchen en dictators. De Ridder voert karrenvrachten bewijsmateriaal voor het explosieve succes van The Tramp aan. En zie, iedereen heeft zo zijn eigen mening over de redenen voor de wereldwijd om zich heen grijpende chaplinitis. […]

Een droge opsomming wordt het nooit, integendeel. Steeds opnieuw toont De Ridder op kundige en aanschouwelijke wijze hoe die razendsnel veranderende samenleving het leven van Charlie Chaplin binnendringt en zo de regisseur (en de acteur) telkens weer aanzet tot een nu eens subtiele, en dan weer bikkelharde interpretatie van de maatschappelijke ontwikkelingen. Het siert De Ridder dat hij niet als een fanatieke filmfan vervuld van adoratie achter de perfectionist Chaplin aanloopt. […]

De eeuw van Charlie Chaplin is diepzinnig maar nooit zwaarwichtig. De Ridders soepele, ongekunstelde stijl bekoort en de scherpzinnige en glasheldere uiteenzetting van het gevecht van de verschoppeling Chaplin met de booswichten van zijn eeuw beklijft.

Joseph Pearce

Een zinderende biografie
Knack

Charlie Chaplin was geen clown. In een nieuwe en zinderende biografie zet Matthijs de Ridder de wereldberoemde acteur en komiek neer als één van de meest politieke kunstenaars van de vorige eeuw.

‘Charlie Chaplin heeft iets van Forrest Gump, het personage uit de gelijknamige film’, vertelt Matthijs de Ridder. ‘Hij bevond zich vaak midden in de politieke actie.’ De Ridder heeft De eeuw van Charlie Chaplin geschreven over de komiek die vergroeide met de bolhoed, het versleten pak en snorretje waarmee hij zijn wereldberoemde personage The Tramp opvoerde. Zonder die uitdossing verscheen Chaplin graag aan de zijde van wereldleiders. In de jaren dertig bedacht hij z’n eigen plan om de economische crisis op te lossen, en met The Great Dictator, verschenen in 1940,maakte hij natuurlijk een van de beste oorlogsfilms. Chaplin blijkt een uitermate geschikte figuur om de grote verhalen van de twintigste eeuw mee te vertellen. De Ridder, die eerder over schrijvers als Louis Paul Boon en Paul van Ostaijen publiceerde, is de uitgelezen auteur om die verhalen neer te schrijven. Op lichtvoetige toon leidt hij, met Chaplin aldoor in de buurt, zijn lezers langs de dieptepunten van de vorige eeuw, maar hij slaagt er ook in om de beste scènes uit Chaplins films geestig op papier te zetten.

Peter Casteels, foto: Diego Franssens

Matthijs de Ridder laat zien hoe literair non-fictie kan zijn.
Ons Erfdeel

De eeuw van Charlie Chaplin is een eivol boek. Matthijs de Ridder heeft heel wat te vertellen. Doseren is dan de kunst. De Ridder bouwt zijn episodes geduldig op, meer als romancier dan als essayist. De criticus met uitgesproken stem en scherpe pen houdt zich op in de coulissen. Hij speelt hooguit de rol van souffleur. De expliciete commentaarstem van de auteur zou in het koor van Charlies al snel van het goede te veel zijn. Hier komen een meesterlijke monteur, buitengewoon goed gedocumenteerde regisseur en daarom ook erg geloofwaardige “alwetende verteller” aan het woord. De onderliggende constructie die alle draden bij elkaar houdt, toont een sterk staaltje van evenwichtskunst: de schrijver ontpopt zich als equilibrist. […]

Matthijs de Ridder schreef de culturele biografie van tientallen Charlies. Zijn chaplineske versie van de eeuw van extremen laat zien hoe literair non-fictie kan zijn. In Vlaanderen schaart hij zich in dit Chaplin-boek in het rijtje David Van Reybrouck, Geert Buelens en Mark Schaevers. Ik wens De eeuw van Charlie Chaplin een Engelse vertaling en een trans-Atlantische verspreiding toe. Het bekt alvast als een sputterende machine: Charlie Chaplin’s Century.

Kurt De Boodt

Bolhoed af.
**** De Limburger / Limburgs Dagblad

Je kunt slechts respect hebben voor Matthijs de Ridder (1979) en voor zijn studie naar hoe het leven van Charlie Chaplin in de 20e eeuw past. In De eeuw van Charlie Chaplin haalt hij zoveel overhoop dat zelfs de meest verstokte cultuurkenner zal toegeven dat veel van wat De Ridder naar boven haalt terra incognita is. In het fraai uitgevoerde boek legt hij lijntjes tussen het succes van de van oorsprong Engels immigrant en vaudeville artiest Chaplin met de jonge Amerikaanse samenleving. Zo blijkt Chaplin zijn type van mannetje met snor en wandelstok te hebben ontleend aan de hobo of tramp van toen. Niet zomaar een zwerver of dakloze, maar een archetypische immigrant van de noncomformistische, licht anarchistische soort, wars van elke burgerlijke regelgeving. Zo biedt De Ridder in zijn studie niet alleen een originele kijk op de figuur Charlie Chaplin, maar ook op Amerika als natie van immigranten. Bolhoed af.

Koen Eykhout

Mooi geschreven, helder, inzichtelijk.
Het Belang van Limburg

Een zoveelste biografie?

Totaal niet. Dit boek geeft een antwoord op de vraag: wat betekende Chaplin voor zijn tijd, wat kan hij voor onze tijd betekenen? […]

De Ridder laat niks liggen. Vanwaar kwam het tramp-typetje? Chaplins bolhoed, de snor, het te krappe jasje, de te wijde broek, de flapschoenen, de wandelstok en het gekke pasje waren wel grappig, maar ze “waren ook opgeladen met een zeker verlangen naar vrijheid en onafhankelijkheid van denken”, schrijft de Ridder. De (stomme) film is het nieuwe medium dat de wereld verovert en Charlie is het gezicht ervan. Chaplins succes wekt ook jaloezie: waarom is hij in die Eerste Wereldoorlog geen soldaat? Maar de Franse frontsoldaten zijn gek op hun ‘Charlot’. Hij was juist een symbool van lotsverbondenheid en moed.

De nieuwe mens

Na de miljoenen oorlogsdoden is het tijd om een nieuwe mens in het leven te roepen. Haast alle kunststromingen herkennen zich in Charlie, futuristen, kubisten, dadaïsten. Of is de meester in het nabootsen van uiterlijk vertoon, de vleesgeworden anti-bourgeois, misschien een bolsjewiek? In aparte cursieve hoofdstukjes van vier bladzijden diept de Ridder tien films heel mooi uit. Over ‘The Gold Rush’ van 1925: “Veel meer dan een voorhoedeloper is Charlie dan ook de kanarie in de koolmijn. Zijn lot is een graadmeter voor hoe de mens er in het naoorlogse Westen voorstaat.”

Niet goed dus. Er komt een nieuwe oorlog. Pas na de Tweede Wereldoorlog wordt Chaplin explicieter in zijn maatschappellijke kritiek en dus makkelijker grijpbaar voor de communistenjagers die eind jaren veertig Hollywood teisteren. Hollywood wordt the enemy of the people, net zoals vandaag. In 1952 neemt hij de wijk naar een landgoed aan het meer van Genève, waar zijn jonge vrouw nog zes kinderen op de wereld zet. De Ridder geeft een diep inzicht in het op-en-neer van de tijdgeest van de twintigste eeuw, met Charlie als klankbord, als kanarie in de koolmijn. Mooi geschreven, helder, inzichtelijk.

Marcel Grauls

Een boeiende cultuurgeschiedenis.
Nederlands Dagblad

Een bolhoed, een snorretje, een stok en haveloze kleding. Het kost geen moeite ons meteen Charlie Chaplin voor te stellen. Hij is bekend geworden als de man van het grappige loopje, van de ongekende mimiek die onmiddellijk op de lachspieren werkt. Maar onder dit grappige en losse karakter schuilt een wereld aan teksten en visie die diepgaand luistert en waarneemt, die de cultuur van mens en maatschappij vormt en beïnvloedt.

Het boek van Matthijs de Ridder gaat chronologisch de films na die Charlie Chaplin heeft gemaakt en waarin hij heeft gespeeld. Steeds legt de schrijver verbanden tussen wat speelt in de wereld en hoe die wereld door Charlie op het witte doek wordt gebracht. Het is daarmee geen biografie geworden – het begint niet bij zijn geboorte op 16 april 1889 en eindigt niet met zijn sterven op eerste kerstdag van 1977. Het is een cultuurgeschiedenis die begint in 1910, wanneer hij met een theatergezelschap de oversteek maakt vanuit Engeland naar de Verenigde Staten. Hij komt aan in Quebec en reist door naar New York om van daaruit het land door te trekken. Dat reizen, dat op zoek zijn naar werk en het vrij zijn, noem het zwerven, zat in zijn karakter. Het maakt zelfs het hoofdtype van zijn films uit, de tramp, de zwerver, de vagebond, die altijd wel weer ergens in belandde, vaak tegen wil en dank. […]

Uiteindelijk zou Amerika niet meer het land van zijn zwerversdromen zijn, een land van gemeenschap van vrije individuen. De beweging van de trampers, of hobo’s, zoals die zich sinds het laatste kwart van de negentiende eeuw in Amerika had gevormd, kon niet zonder geschiedenis, zonder de wortels van het oude land. Nieuw kan niet zonder oud. Het verslag daarvan in dit boek leest prettig. Voor wie niet zo veel weet van de Amerikaanse geschiedenis zit er veel wetenswaardigheid in. Voor wie het oeuvre van Charlie niet of nauwelijks kent nog veel meer. Het is inderdaad een boeiende cultuurgeschiedenis aan de hand van de films van de grootmeester van de lach.

Wim van der Aa

Een knap verteld boek vol ideeënwolken.
Pompidou, Klara

Op woensdag 21 juni 2017 sprak ik een uur lang met Chantal Pattyn in Pompidou op Klara. Je kunt het gesprek hier beluisteren.

Voor ‘De grote zomerboekenlijst van Pompidou’ tipte Gudrun De Geyter bovendien onder meer De eeuw van Charlie Chaplin:

Een musichall-acteur uit het Zuiden van Londen ontdekt Amerika en wordt met zijn bolhoed en tandenborstelsnorretje een onsterfelijke bekendheid op het witte doek. Matthijs de Ridder bekijkt de geschiedenis van de 20ste eeuw door zijn lens. Chaplins verpersoonlijking van de kleine man die zich niet schikt naar hoe de kaarten voor hem worden geschud, spreekt tot de verbeelding van soldaten in WO I, maar staat gek genoeg ook model voor de nieuwe mens zoals de Dadaïsten in Zürich en Parijs zich hem voorstellen. Als verontruste burger en amateur-econoom vormt Chaplin zich vanaf de jaren dertig steeds uitgesprokener een mening over de toestand van de wereld. Zijn vermeende sympathie voor het communisme wordt hem in de VS niet in dank afgenomen. Een knap verteld boek vol ideeënwolken en soms is het onweer.

 

Bestel De eeuw van Charlie Chaplin hier.